De dieren van Lockwood Manor

Jane Healey

Geheimen en gekte in een mysterieus Engels landhuis

Paperback:
20,99

In de pers

'‘ De dieren van Lockwood Manor ’ is een verrukkelijk duister boek, om je helemaal in te verliezen.' JAN
Genoeg materiaal om op een herfstige dag eens ouderwets in te verdwijnen. Trouw Tijdgeest

Synopsis

Samenvatting

Augustus 1939. Vanwege het uitbreken van de oorlog krijgt de dertigjarige Hetty Cartwright de opdracht om alle opgezette dieren van een natuurhistorisch museum in Londen te evacueren naar Lockwood Manor. Het oude vervallen landhuis is echter volledig ongeschikt als bewaarplaats voor de waardevolle collectie. De driftbuien van Lord Lockwood en een plaag van muizen en ratten bezorgen Hetty slapeloze nachten. Maar als de dieren op onverklaarbare wijze verplaatst worden, of zelfs compleet verdwijnen, begint Hetty helemaal onrustig te worden. Ze heeft het gevoel dat iets, of iemand, haar door de donkere gangen achtervolgt. Lucy, de dochter van Lord Lockwood, lijkt de sleutel te zijn tot alle geheimen van Lockwood Manor. Ze heeft last van ernstige paniekaanvallen en woont, na de dood van haar moeder, al jaren afgezonderd in het oude landhuis.

Specificaties

ISBN: 9789403117010
NUR: 302
Type: Paperback
Auteur(s): Jane Healey
Vertaler: Hien Montijn
Prijs: 20,99
Aantal pagina's: 352
Uitgever: Cargo
Verschijningsdatum: 24-09-2020

Specificaties

ISBN: 9789403187303
NUR: 302
Type: E-book
Auteur(s): Jane Healey
Vertaler: Hien Montijn
Prijs: 11,99
Aantal pagina's: 352
Uitgever: Cargo
Verschijningsdatum: 24-09-2020

Leesfragment

Hoofdstuk één
De evacuatie van de zoogdieren was in gang gezet. Eerst gingen de vossen, in hun kast met onderin zo’n dikke laag stof dat het bijna een vacht was; vervolgens de jaguar met zijn tandenrijke grijns; de verzameling hermelijnen met hun door de oorspronkelijke taxidermist liefdevol in sierlijke houdingen gefixeerde lijfjes; de kist met het vogelbekdier, dat vanwege zijn vreemde uiterlijk eerst voor een vervalsing was versleten; de schedel van een mastodont waarvan het neusgat de oorzaak was dat hij abusievelijk werd aangezien voor de cycloop; en daarna de pikzwarte panter, de zwarte Javaanse panter, waarvoor ik een zwak had vanaf het moment dat ik voor het eerst als kind het museum bezocht. Ik had hem met heel veel zorg ingepakt in jute en dat met touw omwikkeld zodat hij ongestoord zijn tocht naar het noorden zou maken en hem een aai over zijn brede neus gegeven als om ons beide gerust te stellen.
De dieren en de fossielen, de specimens van dit prachtige Museum van Natuurlijke Historie, werden verspreid over het land, elke afdeling naar een andere locatie, om ze te beschermen tegen de dreiging van Duitse bommen op Londen. De zoogdieren weken uit naar Lockwood Manor en ik vergezelde ze als assistent-conservator, een positie die ik had bereikt na een serie snelle promoties, omdat twee mannelijke senior stafleden waren gemobiliseerd. Daar zou ik de leiding hebben, de feitelijke directeur van mijn eigen kleine museum.
Het was een positie die ik een jaar geleden nog voor altijd buiten mijn bereik had geacht, toen ik het soort stommiteit had begaan dat dreigt in één enkele klap alles waar je naartoe hebt gewerkt kapot te maken. Ik zat nog laat op de middag in een van de werkruimten onder de museumzalen een paar verbleekte etiketten over te schrijven voor een verzameling knaagdieren die een beroemde aanhanger van de evolutietheorie tijdens zijn reizen had geoogst en die dus zowel van historisch als wetenschappelijk belang was. Verder had ik ook het enige fossiel van een uitgestorven paardenras klaargelegd om schoon te maken zodra ik klaar was met de etiketten. Ik had die dag de lunch overgeslagen, maar dat gebeurde wel vaker – ik was vaak zo verdiept in mijn werk dat ik mijn meegebrachte boterhammen vergat te eten – en ik droeg een oud, versleten paar schoenen omdat het paar dat ik anders altijd droeg bij de schoenmaker was.